
Geen “sorry”. Geen “ik maak me zorgen”. Alleen “hou op me voor schut te zetten”.
Ik keek naar het scherm.
Een vermoeide, niet meer jonge vrouw die zojuist de schuld kreeg? Nee. Een vrouw die net voor zichzelf had gekozen.
Ik drukte op de vergrendelknop en zette de telefoon helemaal uit.
De eerste vuurpijl kleurde de hemel recht boven mijn hoofd. Groene, rode, gouden vonken vielen omlaag en verlichtten mijn eenzame feestmaal. Ik had het koud, maar vanbinnen groeide een rustige, stevige kracht.
En ineens begreep ik iets simpels.
Die salade in de vuilnisbak ging niet over eten. Het was een test. Een test om te zien wie ik in deze familie was: een geliefde vrouw, of een handige huishoudster die zwijgend alles moet slikken om “het plaatje” niet te verstoren.
Ik heb die test doorstaan. Oleg niet.
Morgen ga ik terug naar huis. Rustig pak ik mijn spullen in terwijl hij slaapt na zijn “gezonde” feestje. We praten alles uit. Ik ken de wet, ik ken mijn rechten op het appartement. En ik zal nooit meer — hoor je — nooit meer toelaten dat iemand voor mij bepaalt wat ik moet eten, wat ik moet zeggen en wanneer ik moet vertrekken.
Ik at mijn broodje op, klopte de kruimels van mijn jas en glimlachte naar het vuurwerk.
Beter alleen brood eten op een winterbankje, dan aan een luxe tafel zitten met mensen die je niet waarderen.
Gelukkig nieuwjaar voor mij. Op naar een nieuw leven.
En jij — zou jij in zo’n moment weg kunnen gaan, of zou je blijven om “het gezicht” van de familie te redden? En heb jij ooit zo’n ijzige onverschilligheid gevoeld van mensen die dichtbij je staan?
